terug

‘Tijdens het spelen kan ik al mijn emoties kwijt,’

vertelt Winnie Mahn. Ze speelt uitmuntend viool, en al een paar jaar dankzij het Jeugdcultuurfonds.

Speel viool! Viool methode, deel 1. Uit dat boek komt het ‘Lentelied’. Winnie’s vader is kitter in de bouw. Hij was aan het kitten, viel van de ladder, brak zijn voeten. Thuis, in het gips, kon hij geen kant op. Winnie wilde hem troosten, vioollerares Miranda stelde voor van het ‘Lentelied’ een “Papalied’ te maken. Winnie zette de meer dan honderd jaar oude huurviool aan haar kin, streek de stok langs de snaren en speelde track 27, noot voor noot. ‘Tijdens het spelen kan ik al mijn emoties kwijt,’ vertelt de tiener. ‘Ik luisterde naar het ritme en bedacht er woorden bij.’

‘In mijn leerlingen herken ik de uitlaadklep die muziek kan zijn,’ vertelt Miranda. Ze staat in haar leslokaal. Boven haar een behang van bladmuziek. Aan de muren hangen violen, in de kast niets dan vioolmuziek. Op de deur, de vloer, overal violen. Sinds haar negende weet Miranda dat zij vioollerares wil worden. ‘Zoals sommige van mijn leerlingen was ik verlegen. Vioolspelen is een manier om je te uiten. Wanneer Winnie in een moeilijke fase zit, herhalen wij oude stukjes. Oefenen is dan even geen plicht, ze heeft al genoeg aan haar hoofd.’

Miranda en Winnie bladeren door het boek, track 27 en beginnen te spelen. Dezelfde melodie, maar nu plots tweestemmig. ‘Dat is goed voor onze hersenen,’ legt Miranda uit. ‘Hierdoor leren wij luisteren. Tegelijkertijd moeten wij noten lezen, de strijkstok gebruiken en de snaren bespelen. Tja, Winnie gaat niet voor niets naar het gymnasium.’

Na veel oefenen, speelde Winnie het “Papalied” voor haar vader. Hij zat nog steeds in het gips. De noten van zijn dochters lied besloot hij op zijn arm te tatoeëren. Track 27, noot voor noot.

Tekst: Dore van Duivenbode Foto: Janine Schrijver