Volgens schattingen zijn er in Nederland ongeveer 311.000 kinderen die om financiële redenen niet mee kunnen doen. Hun ouders hebben te weinig geld voor de sportclub, voor een keertje naar de film, voor nieuwe kleren en voor muziek of toneelles. Voor hen is je ontwikkelen door te musiceren, toneelspelen, schilderen, dansen of schrijven nauwelijks weggelegd.
Recent onderzoek van zowel het Sociaal Cultureel Planbureau als van het NIBUD (het Instituut voor Budgetvoorlichting) wijst dat uit. Enkele cijfers:
- Van de 2,5 miljoen kinderen tussen 5 en 18 jaar wonen er bijna 311.000 in een ‘arm’ gezin (120% van het sociaal minimum).
- Een half miljoen kinderen tussen 5 en 18 jaar is niet ‘maatschappelijk actief’: zit niet op sport, muziekles, scouting etc.
- Het percentage arme kinderen dat nergens aan deelneemt, is twee keer zo hoog als dat van niet-arme kinderen: 34% tegenover 17%.
- Bij arme kinderen die niet ‘maatschappelijk actief’ zijn spelen financiële redenen drie keer zo vaak een rol als bij niet-arme kinderen: 48% tegenover 16%.
- Financiële redenen worden veel vaker genoemd bij niet-deelname aan sport dan bij niet-deelname aan culturele activiteiten.
-
Bijstandskinderen nemen veruit de meest ongunstige positie in.
Bron: SCP-special 32, Kunnen alle kinderen meedoen? Onderzoek naar de maatschappelijke participatie van kinderen, Gerda Jehoel-Gijsbers, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, mei 2009.

